ECLI:NL:PHR:2003:AE9658
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt uitleg van art. 366 Sr omtrent ambtelijke knevelarij en bevestigt strafoplegging
Het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch veroordeelde verdachte tot 18 maanden gevangenisstraf en vijf jaar ontzetting uit ambt wegens meerdere strafbare feiten, waaronder art. 366 Sr Pro (knevelarij). Verdachte had als ambtenaar van de burgerlijke stand onverschuldigde betalingen gevorderd en ontvangen in het kader van huwelijksformaliteiten.
De verdediging stelde onder meer dat het hof een onjuiste uitleg gaf aan de term "in de uitoefening van zijn bediening" in art. 366 Sr Pro, waarbij het hof volgens hen te veel afging op de redelijke inschatting van burgers in plaats van op de wettelijke taak van de ambtenaar. De Hoge Raad oordeelde dat het hof terecht een objectieve maatstaf hanteerde en dat het handelen van verdachte binnen zijn ambtelijke taak viel.
Verder werden andere middelen verworpen, waaronder de klacht over de omschrijving van "seksueel contact" in de tenlastelegging, het gebruik van verklaringen onder druk, en de motivering van de strafoplegging. De Hoge Raad bevestigde dat het hof voldoende gemotiveerd had en dat de straf passend was.
De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde het vonnis van het hof, waarmee de veroordeling en strafoplegging ongewijzigd bleven.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde de veroordeling en strafoplegging van het hof.