ECLI:NL:HR:2003:AE9658
Hoge Raad
- Cassatie
- W.J.M. Davids
- G.J.M. Corstens
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- J.P. Balkema
- B.C. de Savornin Lohman
- Rechtspraak.nl
Veroordeling ambtenaar burgerlijke stand voor knevelarij bij huwelijk
De verdachte, ambtenaar van de burgerlijke stand in Sittard, werd veroordeeld voor het vorderen en ontvangen van onverschuldigde betalingen van twee personen in het kader van hun huwelijk en verblijfsstatus. Het hof oordeelde dat het handelen van verdachte plaatsvond in de uitoefening van zijn bediening, omdat hij door burgers als zodanig werd gezien en zijn ambt hem in staat stelde deze handelingen te verrichten.
De verdachte stelde in cassatie dat hij niet in de uitoefening van zijn bediening handelde, omdat het innen van deze betalingen niet tot zijn takenpakket behoorde. De Hoge Raad verwierp dit verweer en bevestigde dat het begrip "in de uitoefening van zijn bediening" ook omvat dat het ambt de verdachte in staat stelde tot het verrichten van die gedragingen.
De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en handhaafde de veroordeling wegens knevelarij, waarbij verdachte onterecht betalingen vorderde en ontving terwijl hij wist dat deze niet verschuldigd waren. Het arrest benadrukt de ruime uitleg van het begrip bediening in art. 366 Sr Pro en bevestigt de strafrechtelijke aansprakelijkheid van ambtenaren die misbruik maken van hun positie.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de veroordeling van de ambtenaar voor knevelarij wegens het vorderen en ontvangen van onverschuldigde betalingen in de uitoefening van zijn bediening.