ECLI:NL:PHR:2003:AF0148
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Inzage contactjournalen en gezagsgeschil na overlijden moeder
De vader van een achtjarige tweeling vordert inzage in de contactjournalen die door de maatschappelijk werker van de Stichting Jeugdbescherming zijn opgesteld, evenals medewerking aan de eerste communie van zijn kinderen. Dit naar aanleiding van een geschil over het gezag en omgangsregeling na het overlijden van de moeder, waarbij de vader aanvankelijk werd verdacht maar later vrijgesproken in de strafzaak.
De rechtbank en het gerechtshof wijzen de vorderingen af. Zij oordelen dat het contactjournaal persoonlijke werkaantekeningen bevat die niet ter inzage behoeven te worden gegeven, omdat deze dienen als geheugensteun voor de maatschappelijk werker en niet als onderdeel van het dossier. Het dossier zelf is wel ter inzage gegeven en afschriften worden verstrekt. Ook ontbreekt een spoedeisend belang voor de vordering met betrekking tot de eerste communie.
De vader stelt dat het Europese Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) in een eerdere zaak heeft bepaald dat ouders recht hebben op inzage in dergelijke documenten in het kader van het family life en hoor en wederhoor. De Hoge Raad bevestigt echter dat persoonlijke werkaantekeningen niet tot het dossier behoren en niet hoeven te worden verstrekt, mits het dossier zelf wel toegankelijk is. De klachten over het ontbreken van inzage bij klachtencommissies worden ongegrond verklaard.
De proceskosten worden aan de vader opgelegd. Het cassatieberoep wordt verworpen, waarmee de eerdere uitspraken in stand blijven.
Uitkomst: De vorderingen van de vader tot inzage in contactjournalen en medewerking aan de eerste communie worden afgewezen en het cassatieberoep wordt verworpen.