ECLI:NL:HR:2001:ZC3694
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H.J. Mijnssen
- R. Herrmann
- A.E.M. van der Putt-Lauwers
- O. de Savornin Lohman
- P.C. Kop
- A. Hammerstein
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt kostenveroordeling in echtscheidingsalimentatiezaak
De vrouw heeft bij de Rechtbank Rotterdam een verzoek ingediend tot echtscheiding en nevenvoorzieningen, waaronder alimentatie. De rechtbank sprak de echtscheiding uit en kende de vrouw een alimentatie toe, afhankelijk van het al dan niet betalen van de lasten van de echtelijke woning door de man. De vrouw stelde hoger beroep in tegen de alimentatiebeschikking.
Het Gerechtshof ’s-Gravenhage vernietigde de beschikking van de rechtbank voor het deel na overdracht van de woning en stelde de alimentatie vast op een hoger bedrag. Tevens veroordeelde het hof de vrouw tot betaling van de kosten van de procedure in hoger beroep, omdat zij pas in hoger beroep terugkwam op eerder gemaakte afspraken over financiële afwikkeling, waardoor het hoger beroep nodeloos was.
De vrouw stelde cassatieberoep in tegen deze kostenveroordeling. De Hoge Raad oordeelde dat het hof in hoger beroep de vrijheid had om de kostenverdeling te bepalen en dat deze beslissing in cassatie slechts op begrijpelijkheid kan worden getoetst. De motieven van het hof waren begrijpelijk, omdat de vrouw het hoger beroep nodeloos had veroorzaakt door haar gewijzigde proceshouding. De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bepaalt dat iedere partij haar eigen kosten in cassatie draagt.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de kostenveroordeling van de vrouw in hoger beroep.