ECLI:NL:PHR:2003:AF0187
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt niet-onrechtmatigheid van uitlatingen in civiele procedure over letselschade
In deze civiele procedure staat de vraag centraal of uitlatingen van verweerders jegens eisers onrechtmatig zijn. Eisers vorderen onder meer het staken van onrechtmatige gedragingen, het rectificeren van adressering in het telefoonboek en het verwijderen van een foto. De feiten betreffen een ernstige confrontatie in 1994 waarbij verweerder 1 hersenletsel opliep, gevolgd door diverse juridische procedures over aansprakelijkheid en schadevergoeding.
De rechtbank Rotterdam wees de vorderingen grotendeels af wegens onvoldoende bewijs van recent onrechtmatig handelen. Het hof 's-Gravenhage bekrachtigde dit vonnis. Eisers stelden in cassatie dat bepaalde uitlatingen, waaronder een krantenartikel en passages in een beroepschrift, onrechtmatig waren. De Hoge Raad bevestigt dat de vrijheid van partijen in gerechtelijke procedures om hun standpunten te verwoorden groot is, mits de uitlatingen niet onwaar, kennelijk irrelevant of onnodig grievend zijn.
De Hoge Raad oordeelt dat de gewraakte passages niet onrechtmatig zijn, ook niet de uitlatingen in een brief aan de rolraadsheer. De klachten van eisers falen, mede omdat zij onvoldoende recent onrechtmatig handelen hebben gesteld. Het beroep wordt verworpen en het arrest van het hof blijft in stand.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt dat de uitlatingen van verweerders niet onrechtmatig zijn.