ECLI:NL:PHR:2003:AF0200
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt dat ontbreken inschrijving handelsregister niet beëindiging rechtspersoon betekent
In deze zaak stond centraal of een in hoger beroep gevorderde zekerheidstelling ex art. 152 Rv Pro toewijsbaar was, terwijl de gedaagde partij, S.A. Verzekeringen B.V. (SAV), niet meer in het handelsregister stond ingeschreven. Eiser stelde dat zekerheidstelling noodzakelijk was omdat SAV niet meer zou bestaan en mogelijk niet aan een proceskostenveroordeling zou kunnen voldoen.
De Rechtbank wees de vordering tot zekerheidstelling af, stellende dat de regeling niet voorziet in zekerheidstelling van de gedaagde in hoger beroep en dat het ontbreken van inschrijving in het handelsregister niet betekent dat SAV is opgehouden te bestaan. SAV had haar activa en passiva verkocht en was van naam veranderd, maar dit deed niet af aan haar bestaan als rechtspersoon.
De Hoge Raad bevestigde dit oordeel en stelde dat de wet geen aanknopingspunt biedt om zekerheidstelling te vorderen van de gedaagde partij in hoger beroep. Tevens oordeelde de Hoge Raad dat het ontbreken van inschrijving in het handelsregister niet automatisch leidt tot het niet meer bestaan van de rechtspersoon, aangezien ontbinding of juridische fusie daarvoor vereist is.
Het cassatieberoep van eiser werd verworpen, waarmee het vonnis van de Rechtbank in stand bleef.
Uitkomst: Het cassatieberoep van eiser wordt verworpen en de vordering tot zekerheidstelling wordt afgewezen.