ECLI:NL:PHR:2003:AF1276
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens ontbreken misleiding bij uitgifte valse bankbiljetten
De verdachte werd ten laste gelegd dat hij op of omstreeks 10 november 1999 te Oss valse bankbiljetten van DM 100 en f 1000 als echte en onvervalste biljetten had uitgegeven, al dan niet medeplegend of medeplichtig. Het hof sprak de verdachte vrij omdat niet bewezen kon worden dat de biljetten als echt en onvervalst waren uitgegeven, waarbij het hof oordeelde dat misleiding een wezenlijk bestanddeel is van het delict onder artikel 209 Sr Pro.
De advocaat-generaal stelde in cassatie dat het hof een te beperkte uitleg gaf aan het begrip uitgeven als echt en onvervalst, waarbij ook het bewust overhandigen van valse biljetten aan een tussenpersoon die deze als echt in omloop brengt, hieronder valt. De Hoge Raad oordeelde dat het hof de verdachte van iets anders had vrijgesproken dan hem ten laste was gelegd, waardoor het cassatieberoep ontvankelijk is.
De Hoge Raad vernietigde het arrest en verwees de zaak terug naar het gerechtshof Arnhem voor hernieuwde berechting. De uitspraak verduidelijkt dat het bestanddeel misleiding in artikel 209 Sr Pro breder moet worden uitgelegd dan het hof had gedaan, en dat ook het bewust in omloop brengen via een tussenpersoon onder dit delict kan vallen.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de vrijspraak en verwijst de zaak terug voor hernieuwde berechting.