ECLI:NL:PHR:2003:AF1278
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Veroordeling wegens leidinggeven aan onjuiste belastingaangifte omzetbelasting
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem, waarin verdachte werd veroordeeld voor leidinggeven aan het opzettelijk onjuist doen van een omzetbelastingaangifte. De aangifte betrof een factuur van fl. 575.000,- waarvan slechts fl. 250.000,- betaald zou worden, terwijl de volledige omzetbelasting werd teruggevraagd.
De verdediging stelde dat het resterende bedrag van fl. 325.000,- een leverancierskrediet was dat zou worden omgezet in sponsoring, waarbij reclameactiviteiten als tegenprestatie werden geleverd. Dit zou volgens hen rechtvaardigen dat de volledige omzetbelasting werd teruggevraagd conform het factuurstelsel.
De Hoge Raad oordeelde echter dat het Hof terecht heeft geoordeeld dat het resterende bedrag niet betaald zou worden en dat er geen sprake was van een reële sponsorovereenkomst. Bewijsmiddelen, waaronder verklaringen van getuigen en stukken uit het dossier, ondersteunden dit oordeel. De Hoge Raad benadrukte dat omzetbelasting slechts teruggevraagd mag worden over bedragen die daadwerkelijk betaald worden of waarvoor een reële tegenprestatie bestaat.
De conclusie van de Procureur-Generaal was dat het middel faalt en dat de veroordeling stand moet houden. Er zijn geen ambtshalve gronden gevonden om het arrest te vernietigen. De Hoge Raad bevestigt hiermee het belang van juiste aangifte en correcte toepassing van de omzetbelastingregels.
Uitkomst: Verdachte is terecht veroordeeld voor het leidinggeven aan een onjuiste omzetbelastingaangifte waarbij een deel van de factuur niet betaald werd.