ECLI:NL:HR:1999:AA2662
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- De Moor
- Van Brunschot
- Van Vliet
- Hammerstein
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt uitspraak Hof inzake naheffingsaanslag omzetbelasting en verwijst zaak terug
Belanghebbende, een besloten vennootschap, kreeg een naheffingsaanslag omzetbelasting opgelegd over het eerste halfjaar van 1991. Na bezwaar en beroep bevestigde het Hof Leeuwarden deze aanslag. De Hoge Raad stelde vast dat de door A B.V. overgedragen voorraad en bijbehorende facturen onder artikel 31 van Pro de Wet op de omzetbelasting 1968 vielen. De Inspecteur had een naheffingsaanslag opgelegd aan A B.V., die failliet werd verklaard. De teruggaafbeschikking van A B.V. werd afgeboekt op een andere naheffingsaanslag. Het Hof oordeelde dat de omzetbelasting niet was voldaan en dat belanghebbende onvoldoende zorgvuldigheid had betracht bij de facturen.
De Hoge Raad oordeelde dat het Hof onvoldoende had gemotiveerd welke signalen belanghebbende hadden moeten aanzetten tot navraag bij de fiscus over de toepasselijkheid van artikel 31. Daarom kon het arrest niet in stand blijven en werd de zaak verwezen naar het Gerechtshof Arnhem voor verdere behandeling. Tevens werd bepaald dat de Staatssecretaris van Financiën het griffierecht van belanghebbende in cassatie moest vergoeden en in de proceskosten werd veroordeeld.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het Hof en verwijst de zaak naar het Gerechtshof Arnhem voor verdere behandeling.