ECLI:NL:PHR:2003:AF1301
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over toepassing artikel 6:99 BW bij gezamenlijke brandstichting en schadeverdeling
In deze zaak staat centraal de aansprakelijkheid voor schade aan een gebouw door meerdere brandstichtingen in de oudejaarsnacht 1990-1991. Eisers zijn strafrechtelijk veroordeeld voor het stichten van één brand, maar er waren ook eerdere branden en vernielingen door anderen. De verzekeraar AMEV vordert vergoeding van de totale schade van circa fl. 23.000,- en beroept zich op artikel 6:99 BW Pro, dat in bepaalde gevallen hoofdelijkheid van aansprakelijkheid regelt.
De rechtbank oordeelde dat eisers niet hoofdelijk aansprakelijk zijn voor de gehele schade omdat zij slechts één brandstichting hebben gepleegd. Het hof vernietigde dit en verwees de zaak terug, oordelend dat de schade geheel door eisers kan zijn veroorzaakt en dat zij op grond van artikel 6:99 BW Pro in principe de gehele schade moeten vergoeden, tenzij zij het tegendeel bewijzen.
De Hoge Raad stelt dat artikel 6:99 BW Pro slechts toepasselijk is indien vaststaat dat één van de aansprakelijke daders de gehele schade kan hebben veroorzaakt. In dit geval is dat niet het geval, omdat ook eerdere brandstichtingen en vernielingen schade hebben veroorzaakt. Eisers zijn aansprakelijk voor het deel van de schade dat zij kunnen hebben veroorzaakt, maar niet voor schade die door anderen is toegebracht. De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en benadrukt dat onduidelijkheid over de omvang van de door eisers veroorzaakte schade niet mag leiden tot aansprakelijkheid voor schade die zij niet kunnen hebben veroorzaakt.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en beperkt de aansprakelijkheid van eisers tot het deel van de schade dat zij kunnen hebben veroorzaakt.