ECLI:NL:HR:1992:ZC0706
Hoge Raad
- Cassatie
- Bloembergen
- Mijnssen
- Davids
- Neleman
- Heemskerk
- Rechtspraak.nl
Hoofdelijke aansprakelijkheid producenten ondeugdelijk geneesmiddel Des bij schade Des-dochters
De Des-dochters, die lichamelijke schade leden door het gebruik van Des-tabletten door hun moeders, vorderden schadevergoeding van meerdere producenten die het middel in de periode 1953-1967 in het verkeer brachten. De rechtbank en het hof wezen deze vorderingen af omdat niet kon worden vastgesteld van welke producent de tabletten afkomstig waren en omdat het hof vond dat art. 6:99 BW Pro niet toepasselijk was zonder concrete gedragingen.
De Hoge Raad oordeelt dat de regel van art. 6:99 BW Pro ook voor het toepasselijke recht vóór 1992 geldt en dat deze leidt tot hoofdelijke aansprakelijkheid, niet slechts samenlopende aansprakelijkheid. De eis dat de benadeelde moet kunnen aangeven wie tot de kring van producenten behoort, is onredelijk en niet vereist. Dit voorkomt dat slachtoffers hun schade zelf moeten dragen vanwege onmogelijkheid tot bewijs.
Het hof had een onjuiste rechtsopvatting door toepassing van een concreet gedragsvereiste en door de eis van identificatie van alle producenten. De Hoge Raad verwijst de zaak terug naar het hof voor verdere behandeling volgens deze regels. Een stelsel van marktaandeelaansprakelijkheid wordt afgewezen vanwege onredelijkheid en risico's voor slachtoffers.
De producenten worden veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding. Het incidentele beroep van de producenten wordt verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en oordeelt dat producenten hoofdelijk aansprakelijk zijn voor de schade van de Des-dochters, ook zonder dat vaststaat van welke producent de tabletten afkomstig zijn.