ECLI:NL:PHR:2003:AF1413
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over contractsoverneming en schadevergoeding bij beëindiging agentuurovereenkomst
Deze zaak betreft een geschil tussen Bouwprodukten Notter B.V. (Notter), DTS Keukens B.V. en Bribus B.V. over de beëindiging van een agentuur- en dealerovereenkomst en de vraag of sprake is van contractsoverneming. Notter trad sinds 1983 op als handelsagent en later dealer voor Bribus in een bepaald rayon. In 1996 werden de handelsactiviteiten van Notter overgedragen aan DTS Keukens B.V., waarna Bribus buiten deze partijen om keukens leverde.
De curator van de failliete ondernemingen vorderde schadevergoeding wegens omzetderving tussen 1 januari en 6 augustus 1996. De rechtbank wees de primaire stelling af dat er sprake was van contractsoverneming, maar aanvaardde subsidiair dat Notter haar rechten behield. Het hof vernietigde dit en wees de vordering af, omdat geen medewerking van Bribus aan contractsoverneming was gegeven en Notter geen omzet had genoten na overdracht.
De Hoge Raad bevestigt dat contractsoverneming vereist is dat de wederpartij medewerking verleent, hetzij uitdrukkelijk, hetzij stilzwijgend onder omstandigheden. Het hof heeft terecht geoordeeld dat Bribus geen medewerking heeft verleend en dat stilzwijgen niet als instemming kan gelden. Tevens oordeelt de Hoge Raad dat de curator onvoldoende heeft aangetoond dat Notter schade heeft geleden, aangezien de handelsactiviteiten waren overgedragen en de omzet aan DTS Keukens B.V. toekwam. De klachten van de curator worden verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de vordering tot schadevergoeding wordt afgewezen wegens het ontbreken van contractsoverneming en schade.