ECLI:NL:HR:2003:AF1413

Hoge Raad

Datum uitspraak
7 maart 2003
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
C01/235HR
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 RO
Verwijzingen
2 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verwerpt cassatie in faillissementsvordering curator tegen Bribus B.V.

De curator in de faillissementen van DTS Keukens B.V., Abor Rijssen B.V. en Bouwprodukten Notter B.V. vorderde van Bribus B.V. een bedrag van ƒ 679.467,24 plus wettelijke rente. Bribus bestreed deze vordering. De rechtbank Zutphen stelde een comparitie van partijen in en hield verdere beslissing aan. Bribus stelde hoger beroep in bij het Gerechtshof Arnhem, waarop de curator voorwaardelijk incidenteel hoger beroep instelde.

Het hof vernietigde het vonnis van de rechtbank en wees alle vorderingen van de curator af. Het hof verwierp tevens het incidenteel appel van de curator. Tegen dit arrest stelde de curator beroep in cassatie in. De Advocaat-Generaal adviseerde tot verwerping van het cassatieberoep.

De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden en dat geen nadere motivering noodzakelijk was omdat geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde waren. Het beroep werd verworpen en de curator werd veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding.

Uitkomst: Het cassatieberoep van de curator wordt verworpen en de vorderingen worden afgewezen.

Uitspraak

7 maart 2003
Eerste Kamer
Nr. C01/235HR
JMH
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
Mr. Jacques Aloysius Dominicus Maria DANIËLS, in diens hoedanigheid van curator in de faillissementen van DTS KEUKENS B.V., ABOR RIJSSEN B.V. en BOUWPRODUKTEN NOTTER B.V., wonende te Goor,
EISER tot cassatie,
advocaat: mr. B. Winters,
t e g e n
BRIBUS B.V., gevestigd te DINXPERLO,
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. P.J.M. von Schmidt auf Altenstadt.
1. Het geding in feitelijke instanties
Eiser tot cassatie - verder te noemen: de curator - heeft bij exploit van 30 juli 1998 verweerster in cassatie - verder te noemen: Bribus - gedagvaard voor de Rechtbank te Zutphen en gevorderd bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, Bribus te veroordelen, op grond van het respectievelijk primair, subsidiair en meer subsidiair in deze dagvaarding gestelde, om aan de curator te betalen een bedrag van ƒ 679.467,24, te vermeerderen met de wettelijke rente over een bedrag van ƒ 655.638,24 vanaf de dag der dagvaarding tot aan de dag der algehele voldoening.
Bribus heeft de vordering bestreden.
De Rechtbank heeft bij tussenvonnis van 18 november 1999 een comparitie van partijen gelast en iedere verdere beslissing aangehouden.
Tegen dit tussenvonnis heeft Bribus hoger beroep ingesteld bij het Gerechtshof te Arnhem. De curator heeft voorwaardelijk incidenteel hoger beroep ingesteld.
Bij arrest van 8 mei 2001 heeft het Hof in het principaal appel het vonnis van de Rechtbank vernietigd en opnieuw rechtdoende alle vorderingen van de curator afgewezen en in het incidenteel appel het beroep verworpen.
Het arrest van het Hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het Hof heeft de curator beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Bribus heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal F.F. Langemeijer strekt tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt de curator in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Bribus begroot op € 4.314,18 aan verschotten en € 1.365,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de vice-president P. Neleman als voorzitter en de raadsheren P.C. Kop en F.B. Bakels, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer F.B. Bakels op 7 maart 2003.