ECLI:NL:PHR:2003:AF1824
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt niet-ontvankelijkheid hoger beroep wegens overschrijding termijn na persoonlijke betekening dagvaarding
In deze zaak is verdachte door het Gerechtshof te 's-Gravenhage niet-ontvankelijk verklaard in zijn hoger beroep tegen een vonnis van de Politierechter wegens verkeersmisdrijven. De dagvaarding was op 17 maart 2000 persoonlijk aan verdachte betekend voor een zitting op 3 april 2000. Verdachte stelde het hoger beroep echter pas op 9 januari 2001 in, ruim na de wettelijke termijn van veertien dagen.
Verdachte voerde in cassatie aan dat niet vaststond dat de dagvaarding met het relevante parketnummer persoonlijk was betekend, waardoor een langere termijn zou gelden. De Hoge Raad oordeelde dat het hof terecht aannam dat de dagvaarding persoonlijk was betekend en dat verdachte bekend was met de zittingsdatum. Hoewel de motivering van het hof op sommige punten onvolledig was, leidde dit niet tot cassatie omdat verdachte niet aannemelijk maakte dat hij niet wist waarvoor hij terechtstond.
De Hoge Raad bevestigde dat de termijn van veertien dagen voor het instellen van hoger beroep geldt bij persoonlijke betekening van de dagvaarding, en dat verdachte deze termijn heeft overschreden. Het cassatieberoep werd verworpen en de niet-ontvankelijkheid van het hoger beroep gehandhaafd.
Uitkomst: Verdachte is niet-ontvankelijk verklaard in zijn hoger beroep wegens overschrijding van de beroepstermijn na persoonlijke betekening van de dagvaarding.