ECLI:NL:PHR:2003:AF1938
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor diefstal in hotelkamer als woning met onjuiste kwalificatie
De verdachte werd door het Hof veroordeeld tot acht maanden gevangenisstraf, waarvan twee maanden voorwaardelijk, wegens diefstal van een hoeveelheid Nederlands geld uit een hotelkamer die als woning werd aangemerkt. De feiten betroffen het wegnemen van geld uit kamer 19 van het Belfort Hotel te Amsterdam, waar de verdachte en het slachtoffer verbleven op weg naar India.
Het Hof kwalificeerde de hotelkamer als woning in de zin van artikel 311 Sr Pro, omdat de verdachte en het slachtoffer hun huiselijk leven naar die kamer hadden verplaatst. Het Hof nam aan dat de verdachte zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende in de woning bevond, wat een verzwarende omstandigheid is volgens art. 311, eerste lid onder 3°, Sr.
De verdachte stelde cassatieberoep in tegen deze kwalificatie en de bewezenverklaring. De Hoge Raad oordeelde dat de hotelkamer inderdaad als woning kan worden beschouwd, maar dat de strafverzwarende omstandigheid niet aanwezig was omdat de verdachte zich niet buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende in de kamer bevond. De kwalificatie als gekwalificeerde diefstal was daarom onjuist.
De Hoge Raad vernietigde het bestreden vonnis voor wat betreft de kwalificatie en strafoplegging en verwees de zaak terug naar het Hof te 's-Gravenhage voor verdere behandeling van het hoger beroep op basis van de juiste kwalificatie.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de kwalificatie van gekwalificeerde diefstal en verwijst de zaak terug naar het Hof voor verdere behandeling.