ECLI:NL:PHR:2003:AF2167
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Verdeling winst en vermogen bij ontbinding vennootschap onder firma met uitsluitend arbeidsinbreng
In deze zaak stond de vraag centraal hoe het aandeel van een vennoot in het vermogen van een ontbonden vennootschap onder firma (v.o.f.) moet worden bepaald wanneer alle vennoten uitsluitend arbeid hebben ingebracht en geen afspraken zijn gemaakt over de winstverdeling. De vennootschap Tarpol werd ontbonden en de ex-vennoten streden over de verdeelsleutel van het vermogen.
De rechtbank en het hof oordeelden dat zonder andere afspraken de waarde van het aandeel van iedere vennoot wordt bepaald door haar inbreng en de grondslag waarop zij deelt in de winsten en verliezen. Gezien het ontbreken van kapitaal- of goedereninbreng, maar uitsluitend arbeidsinbreng, werd geconcludeerd dat de winst en het vermogen gelijkelijk verdeeld moeten worden. De Hoge Raad bevestigde deze rechtsopvatting en verwierp het beroep van eiser die een verdeling naar rato van arbeidsinbreng wilde.
De Hoge Raad besprak uitgebreid de wetsgeschiedenis en literatuur over art. 7A:1670 BW, waarin wordt bepaald dat bij gebrek aan afspraken de winst en het verlies gelijkelijk verdeeld worden, ook als alleen arbeid is ingebracht. De Hoge Raad benadrukte dat een waardering van de arbeidsinbreng achteraf door de rechter niet passend is, mede vanwege de moeilijkheid om de kwaliteit en kwantiteit van arbeid objectief te beoordelen. De regel van gelijke delen is regelend recht en partijen kunnen hiervan afwijken door overeenkomst.
Het arrest geeft daarmee duidelijkheid over de toepassing van het vennootschapsrecht bij ontbinding van een v.o.f. met uitsluitend arbeidsinbreng en bevestigt dat zonder nadere afspraken de winst en het vermogen gelijkelijk worden verdeeld.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat bij ontbinding van een v.o.f. met uitsluitend arbeidsinbreng en zonder afspraken de winst en het vermogen gelijkelijk verdeeld worden.