ECLI:NL:HR:2003:AF2167
Hoge Raad
- Cassatie
- G.G. van Erp Taalman Kip-Nieuwenkamp
- J.B. Fleers
- A.G. Pos
- D.H. Beukenhorst
- F.B. Bakels
- Rechtspraak.nl
Verdeling vennootschappelijk vermogen bij ontbinding vennootschap onder firma met arbeid als inbreng
In deze zaak gaat het om de verdeling van het vennootschappelijk vermogen na ontbinding van de vennootschap onder firma Tarpol B.V. i.o., waarbij alle vennoten uitsluitend hun arbeid inbrachten. De vennootschap werd op 28 februari 1991 ontbonden en eiser zette de onderneming voort als eenmanszaak. Verweerster vorderde uitbetaling van haar aandeel in het vermogen, gebaseerd op een beëindigingsovereenkomst.
De rechtbank veroordeelde eiser tot betaling van een bedrag en afgifte van jaarstukken, waarna hoger beroep werd ingesteld. Het hof oordeelde dat de vennoten, omdat zij alleen arbeid inbrachten, gelijk gerechtigd zijn tot een derde van het vennootschappelijk vermogen, mede omdat een concrete waardering van individuele inbreng niet mogelijk was en alle vennoten gelijk ondernemersrisico liepen.
De Hoge Raad bevestigt deze uitleg van artikel 7A:1670 BW, waarbij de wetstekst en wetsgeschiedenis geen eenduidige aanwijzing geven, maar de regel geldt dat bij uitsluitend arbeidsinbreng de winst en het verlies gelijk verdeeld worden, behoudens andersluidend beding. Ook kan een afwijking op grond van redelijkheid en billijkheid worden aangenomen indien een gelijke verdeling onaanvaardbaar is.
Het cassatieberoep wordt verworpen, waarbij de Hoge Raad het oordeel van het hof onderschrijft dat de vennoten gelijk delen in het vermogen en dat onvoldoende feiten zijn gesteld om anders te waarderen. De Hoge Raad veroordeelt eiser in de kosten van het cassatiegeding.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat vennoten die uitsluitend arbeid inbrengen gelijk delen in winst en verlies en wijst het cassatieberoep af.