ECLI:NL:PHR:2003:AF2342
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt methode voor berekening wederrechtelijk verkregen voordeel bij drugshandel
In deze zaak stond de berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel van verzoeker, betrokken bij drugstransporten, centraal. Het hof had een abstracte methode gehanteerd gebaseerd op een rapport van het Bureau Financiële Ondersteuning, waarbij het voordeel werd geschat aan de hand van investeringen in transporten, inclusief mislukte transporten, zonder aftrek van concrete kosten. Verzoeker voerde verweer tegen deze methode en stelde dat kosten zoals diefstal en verlies van vrachtwagens in mindering moesten worden gebracht.
De Hoge Raad bevestigde dat het hof de laagste van twee schattingen had gekozen, gunstig voor verzoeker, en dat het hof niet verplicht was om alleen de bewezenverklaarde feiten strikt te hanteren bij de berekening van het voordeel. De abstracte methode werd als een redelijke schatting gezien, waarbij ook mislukte transporten in de berekening werden betrokken. Het verweer van verzoeker dat kosten in mindering moesten worden gebracht, werd verworpen omdat dit niet verenigbaar is met de gehanteerde methode.
Verder oordeelde de Hoge Raad dat het draagkrachtverweer van verzoeker, gebaseerd op faillissement en gebrek aan toekomstperspectief, onvoldoende gemotiveerd was en terecht door het hof was verworpen. Ook werd geoordeeld dat de redelijke termijn in de procedure niet was geschonden, ondanks de lange duur van ruim vijf jaar.
De Hoge Raad verwierp alle middelen en bevestigde het arrest van het hof waarin verzoeker werd veroordeeld tot betaling van het wederrechtelijk verkregen voordeel van f. 365.600,-, bij gebreke van betaling te vervangen door 33 maanden hechtenis.
Uitkomst: Verzoeker is veroordeeld tot betaling van f. 365.600,- wederrechtelijk verkregen voordeel, bij gebreke van betaling te vervangen door 33 maanden hechtenis.