ECLI:NL:HR:2003:AF2342
Hoge Raad
- Cassatie
- C.J.G. Bleichrodt
- F.H. Koster
- W.A.M. van Schendel
- Rechtspraak.nl
Vaststelling en vermindering ontnemingsbedrag bij drugshandel bestuurder criminele organisatie
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een uitspraak van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch waarin betrokkene werd veroordeeld tot betaling van een bedrag van ƒ 365.600,-- aan wederrechtelijk verkregen voordeel, subsidiair tot vervangende hechtenis van 33 maanden.
Betrokkene werd verdacht van betrokkenheid bij meerdere drugstransporten van hashish van Nederland naar Engeland en pogingen daartoe, alsmede deelname aan een criminele organisatie. Het hof baseerde de schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel op een abstracte methode waarbij het totaalbedrag van investeringen en vergoedingen aan derden als minimum werd aangenomen, omdat concrete gegevens ontbraken.
De Hoge Raad oordeelde dat de redelijke termijn in de cassatiefase was overschreden, wat aanleiding gaf tot vermindering van het ontnemingsbedrag en de duur van de vervangende hechtenis. Daarnaast werd het verweer van betrokkene dat bepaalde bedrijfskosten in mindering moesten worden gebracht verworpen, omdat de gehanteerde methode van het hof dit niet toestond.
Uiteindelijk vernietigde de Hoge Raad het bedrag en de duur van de hechtenis voor zover deze betrekking hadden op de hoogte van het ontnemingsbedrag en stelde het bedrag vast op € 160.000,-- en de vervangende hechtenis op 30 maanden. Het beroep werd voor het overige verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad vermindert het ontnemingsbedrag tot € 160.000,-- en de vervangende hechtenis tot 30 maanden wegens overschrijding redelijke termijn en bevestigt de berekeningsmethode van het wederrechtelijk verkregen voordeel.