ECLI:NL:PHR:2003:AF2828
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over ontvankelijkheid incidenteel hoger beroep na ontslag van instantie
In deze zaak gaat het om een geschil tussen een erfgenaam en de gemeente over de ontruiming van een perceel en de gevolgen van het hoger beroep en incidenteel hoger beroep na verstek en ontslag van instantie. De gemeente had het perceel gekocht en eiste ontruiming en schadevergoeding van de erfgenaam.
De rechtbank wees de vorderingen deels toe, waarna de gemeente hoger beroep instelde. Door het niet verschijnen van de erfgenaam verleende het hof verstek en ontsloeg de gemeente van de instantie. Later herzag de rolraadsheer dit ontslag, zodat de gemeente alsnog incidenteel hoger beroep kon instellen. De erfgenaam stelde cassatieberoep in tegen deze beslissing.
De Hoge Raad oordeelt dat het ontslag van instantie een einduitspraak is waartegen cassatie mogelijk is, maar dat de gemeente niet tijdig heeft verklaard incidenteel te willen appelleren. Hierdoor is het incidenteel hoger beroep niet ontvankelijk. De Hoge Raad vernietigt de bestreden arresten en verklaart de gemeente niet-ontvankelijk in het incidenteel hoger beroep, waarbij de rechtszekerheid en het belang van partijen worden gewaarborgd.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de bestreden arresten en verklaart de gemeente niet-ontvankelijk in het incidenteel hoger beroep.