ECLI:NL:PHR:2003:AF2831
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Begrip merkelijke schuld bij brandverzekering en aansprakelijkheid verzekerde
Deze zaak betreft een geschil tussen een verzekerde onderneming die schade leed door brand en haar verzekeraar Amev. De brand ontstond tijdens laswerkzaamheden nabij licht ontvlambare stoffen. Amev weigerde schadevergoeding op grond van vermeende merkelijke schuld of nalatigheid van de verzekerde.
De rechtbank en het hof oordeelden dat er geen sprake was van merkelijke schuld, mede omdat een ander bedrijf kort tevoren soortgelijke werkzaamheden had verricht zonder brand. Amev ging in cassatie tegen dit oordeel en stelde dat het hof een onjuiste rechtsopvatting had over het begrip merkelijke schuld.
De Hoge Raad bevestigde dat merkelijke schuld een ernstige mate van schuld betekent, maar dat niet vereist is dat de verzekerde zich bewust was van de aanmerkelijke kans op schade. Het hof had ten onrechte geoordeeld dat bewustzijn van het gevaar een vereiste was. De zaak werd vernietigd en verwezen naar een ander hof voor verdere behandeling, waarbij de vraag of de handelwijze van de verzekerde merkelijke schuld opleverde opnieuw moet worden beoordeeld.
Uitkomst: Het arrest van het Hof Amsterdam wordt vernietigd en de zaak wordt verwezen voor nieuwe beoordeling over merkelijke schuld.