ECLI:NL:PHR:2003:AF3254
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt geldigheid formele rechtskracht van omzetbelastingheffingen ondanks strijd met gemeenschapsrecht
In deze parallelle zaken vorderen Maple Tree Holding B.V. en Game Amusement B.V. terugbetaling van teveel betaalde omzetbelasting over verschillende jaren, gebaseerd op een door de Staatssecretaris van Financiën uitgevaardigde resolutie die later door het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen (HvJEG) onverenigbaar werd verklaard met de Zesde BTW-Richtlijn.
De belastingplichtigen hadden de wettelijke bezwaar- en beroepstermijnen niet tijdig benut, waarna de belastingaanslagen onherroepelijk werden. Zij stelden civielrechtelijke vorderingen in tot terugbetaling op grond van onverschuldigde betaling, ongerechtvaardigde verrijking, onrechtmatige daad en strijd met redelijkheid en billijkheid.
De rechtbank en het gerechtshof wezen de vorderingen af, stellende dat de aangiften formele rechtskracht hebben gekregen en dat geen uitzonderingen op dit beginsel van toepassing zijn. De Hoge Raad bevestigt dit oordeel en overweegt uitvoerig dat het beginsel van formele rechtskracht ook geldt bij belastingheffing op aangifte, dat redelijke beroepstermijnen verenigbaar zijn met het gemeenschapsrecht, en dat uitzonderingen slechts gelden in zeer beperkte omstandigheden, zoals erkenning van onrechtmatigheid vóór het verstrijken van de bezwaar- en beroepstermijnen.
De Hoge Raad concludeert dat noch de resolutie, noch het gemeenschapsrecht, noch het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) toepassing van het beginsel van formele rechtskracht in de weg staan. De vorderingen van Maple en Game worden verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad wijst de vorderingen tot terugbetaling van omzetbelasting af op grond van het beginsel van formele rechtskracht.