ECLI:NL:PHR:2003:AF3818
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt proportionaliteit en subsidiariteit bij inbeslagneming journalistiek materiaal na voetbalrellen
Tijdens een voetbalwedstrijd in het Arkestadion te Enschede ontstonden ernstige ongeregeldheden waarbij politieagenten werden aangevallen en goederen werden vernield. Het openbaar ministerie wilde videobanden van een journalist in beslag nemen om de opsporing van verdachten te bevorderen. De journalist weigerde medewerking, waarna de politie een huiszoeking hield en 229 videobanden inbeslag nam.
De journalist maakte bezwaar tegen de inbeslagneming, stellende dat dit een inbreuk maakte op het recht op vrije nieuwsgaring zoals beschermd door artikel 10 EVRM Pro. De Rechtbank Almelo verklaarde het klaagschrift ongegrond, waarbij zij oordeelde dat de inbeslagneming noodzakelijk was voor de waarheidsvinding en dat er geen minder bezwarende middelen waren. De Rechtbank betrok het belang van vrije nieuwsgaring in haar proportionaliteitsafweging, maar vond dat dit recht slechts indirect werd geraakt en dat het maatschappelijk belang bij strafvordering zwaarder woog.
De Hoge Raad bevestigt deze beoordeling en wijst erop dat het recht op vrije nieuwsgaring pas direct wordt aangetast bij daadwerkelijke belemmering van de journalistieke werkzaamheden, wat hier niet het geval was. De Raad benadrukt dat de Rechtbank terecht heeft geoordeeld dat de inbeslagneming proportioneel en subsidiariteitstoets heeft doorstaan, mede gezien de ernst van de gepleegde feiten en de onvolledigheid van het reeds beschikbare bewijsmateriaal.
Het beroep van de journalist wordt verworpen, waarbij de Hoge Raad onderstreept dat de bescherming van journalistieke bronnen belangrijk is, maar dat het recht op vrije nieuwsgaring niet onevenredig mag worden opgevat ten koste van het belang van strafrechtelijke waarheidsvinding.
Uitkomst: Het beroep tegen de inbeslagneming van videobanden wordt verworpen en de beschikking van de Rechtbank Almelo bekrachtigd.