ECLI:NL:PHR:2003:AF3828
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling verzoek tot horen verbalisant als getuige in moordzaak
In deze strafzaak werd verdachte veroordeeld door het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch voor moord en bedreiging met een misdrijf tegen het leven gericht, tot een gevangenisstraf van vijf jaar en ter beschikkingstelling met bevel tot verpleging. Verdachte stelde cassatie in tegen dit arrest.
Een belangrijk punt in cassatie was het door de verdediging herhaaldelijk ingediende verzoek om de verbalisant Klerkx, die het proces-verbaal met betrekking tot een videoband van een tankstation had opgemaakt, als getuige te horen. Het hof wees dit verzoek tweemaal af, stellende dat het horen van de verbalisant niet noodzakelijk was omdat geen relevante waarnemingen aan de videoband konden worden ontleend.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof de maatstaf voor de afwijzing van een verzoek ex art. 328 jo Pro. 315 Sv juist had toegepast en dat de motivering begrijpelijk was. Het hof mocht vertrouwen op eerdere vaststellingen en het proces-verbaal van de verbalisant, die geen concrete aanwijzingen had gegeven over de dader. Ook werd geoordeeld dat het recht op een eerlijk proces (art. 6 EVRM Pro) niet inhoudt dat in elk stadium elke gewenste getuige moet worden gehoord.
Daarnaast verwierp de Hoge Raad een tweede middel wegens onduidelijkheid en gebrek aan samenhang. Er waren geen gronden voor ambtshalve vernietiging. Het cassatieberoep werd verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep werd verworpen en het hofarrest met de veroordeling tot vijf jaar gevangenisstraf en ter beschikkingstelling werd bevestigd.