ECLI:NL:HR:2002:AE2099
Hoge Raad
- Cassatie
- W.J.M. Davids
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- J.P. Balkema
- A.J.A. van Dorst
- E.J. Numann
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt veroordeling wegens verkrachting ondanks niet-verschijnen getuigen
De Hoge Raad behandelde het cassatieberoep van de verdachte tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem, waarin hij werd veroordeeld voor verkrachting en valsheid in geschrift. De verdachte betwistte onder meer het gebruik van verklaringen van drie belangrijke getuigen die niet verschenen tijdens de terechtzitting in hoger beroep.
Het hof had meerdere pogingen gedaan om deze getuigen te horen, maar zonder succes. De verdediging deed formeel geen afstand van het horen van deze getuigen, maar het hof oordeelde dat het niet aannemelijk was dat zij binnen aanvaardbare termijn zouden verschijnen en wees het verzoek tot oproeping af.
De Hoge Raad bevestigde dat het gebruik van de verklaringen van deze getuigen als bewijs niet in strijd is met artikel 6 EVRM Pro, ook al was de verdediging niet in de gelegenheid geweest hen te ondervragen. Daarnaast werd het bewijs ondersteund door medische verklaringen en verklaringen van de verdachte zelf, waardoor de betrokkenheid van de verdachte bij de ten laste gelegde feiten voldoende werd bevestigd.
Het cassatieberoep werd verworpen en het arrest van het hof bleef in stand. De verdachte werd veroordeeld tot vier jaren gevangenisstraf en ter beschikkingstelling met bevel tot verpleging van overheidswege, evenals verbeurdverklaring en een betalingsverplichting aan de benadeelde partij.
Uitkomst: Hoge Raad verwerpt cassatie en bevestigt vier jaar gevangenisstraf met ter beschikking stelling voor verkrachting en valsheid in geschrift.