ECLI:NL:PHR:2003:AF4212
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt verbeurdverklaring geldbedrag in zaak deelname criminele organisatie
De verdachte werd door het Gerechtshof Arnhem veroordeeld tot 24 maanden gevangenisstraf, waarvan 8 maanden voorwaardelijk, wegens deelname aan een criminele organisatie die zich bezighield met de in- en doorvoer van onveraccijnsde sigaretten. Tevens werd een geldbedrag verbeurd verklaard dat in de woning van de verdachte was aangetroffen.
De verdediging stelde onder meer dat het hof onvoldoende had gemotiveerd waarom een werkstraf of elektronisch toezicht niet werd toegewezen. De Hoge Raad oordeelde dat het hof niet verplicht was om een motivering te geven bij afwijzing van een taakstraf, tenzij er een duidelijk en onderbouwd verzoek was gedaan, wat hier niet het geval was.
Ten aanzien van de verbeurdverklaring stelde de Hoge Raad vast dat het hof onvoldoende had gemotiveerd waarom het geldbedrag aan de verdachte toebehoorde. De opgave van de verdachte over het eigendom van het geld was niet terug te vinden in het proces-verbaal en er was geen ander bewijs dat het geld aan hem toebehoorde.
Daarom vernietigde de Hoge Raad de verbeurdverklaring en verwees de zaak naar een ander gerechtshof voor hernieuwde beoordeling. Het beroep werd voor het overige verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de verbeurdverklaring van het geldbedrag en verwijst de zaak terug, terwijl het beroep voor het overige wordt verworpen.