ECLI:NL:PHR:2003:AF5421
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt aanpassing van buitenlandse straf bij overname tenuitvoerlegging op grond van EGTUL
De zaak betreft het beroep in cassatie tegen een uitspraak van de rechtbank Middelburg over een verzoek van Duitsland tot overname van de tenuitvoerlegging van een gevangenisstraf opgelegd aan een veroordeelde voor drugshandel. De rechtbank verleende verlof tot tenuitvoerlegging en paste de Duitse straf aan naar een lagere Nederlandse straf, wat door de veroordeelde werd betwist.
De Hoge Raad oordeelt dat de rechtbank onjuist het Verdrag inzake de overbrenging van gevonniste personen (VOGP) als grondslag gebruikte, terwijl het toepasselijke verdrag het Europese verdrag inzake tenuitvoerlegging van buitenlandse strafvonnissen (EGTUL) is. De Hoge Raad vernietigt het vonnis voor zover het op het verkeerde verdrag berust en wijst het juiste verdrag aan.
Voorts bevestigt de Hoge Raad dat het EGTUL de Nederlandse rechter de bevoegdheid geeft om de opgelegde straf aan te passen aan de Nederlandse wetgeving, mits de straf niet verzwaard wordt. De rechtbank heeft de straf terecht aangepast en rekening gehouden met internationale gevoeligheden en de ernst van het feit in Duitsland. De overige klachten van de veroordeelde worden verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat de Nederlandse rechter de buitenlandse straf mag aanpassen binnen de grenzen van het EGTUL en vernietigt het vonnis voor zover het verkeerde verdrag toepaste.