ECLI:NL:PHR:2010:BN4768
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Omzetting Frans vonnis en aftrek overleveringsdetentie bij tenuitvoerlegging straf
De zaak betreft de omzetting van een Frans vonnis waarbij de veroordeelde werd veroordeeld tot vijf jaar gevangenisstraf wegens medeplichtigheid aan drugssmokkel. De Nederlandse rechtbank had de straf omgezet in een gevangenisstraf van 36 maanden en de tijd die de veroordeelde in Frankrijk in detentie had doorgebracht in mindering gebracht. Echter, de rechtbank had nagelaten de tijd die de veroordeelde in Nederland in overleveringsdetentie had doorgebracht bij de strafuitvoering in mindering te brengen.
De Hoge Raad overweegt dat op grond van artikel 31, tweede lid, van de Wet overdracht tenuitvoerlegging strafvonnissen (WOTS) ook de in Nederland doorgebrachte overleveringsdetentie in mindering moet worden gebracht op de te executeren straf. Dit volgt uit het Verdrag inzake de overbrenging van gevonniste personen en de Nederlandse wetgeving. De Hoge Raad vernietigt daarom het bestreden vonnis voor zover de rechtbank dit niet heeft toegepast en bepaalt dat de straf met de in Nederland doorgebrachte overleveringsdetentie moet worden verminderd.
Daarnaast oordeelt de Hoge Raad dat de kwalificatie van de feiten door de Nederlandse rechter niet onbegrijpelijk is en dat de redelijke termijn voor de cassatieprocedure niet is overschreden. De overige middelen van cassatie worden verworpen. De Hoge Raad doet de zaak zelf af door het opleggen van de juiste strafvermindering.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het vonnis voor zover de tijd in Nederlandse overleveringsdetentie niet in mindering is gebracht en bepaalt dat deze tijd op de straf moet worden verrekend.