ECLI:NL:PHR:2003:AF5430
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag herziening wegens onvoldoende medewerking aan onderzoek identiteit
De aanvrager werd op 1 oktober 1999 bij verstek veroordeeld door de politierechter te Amsterdam tot een gevangenisstraf van twee maanden wegens diefstal. Na deze veroordeling diende zijn advocaat een aanvraag tot herziening in, stellende dat een ander zich voor de aanvrager had uitgegeven bij het delict. Ter onderbouwing werd een aangifte van valsheid in geschrift overgelegd.
De Hoge Raad liet een nader onderzoek verrichten om vast te stellen of de persoon die op 2 augustus 1999 in Amsterdam werd aangehouden daadwerkelijk de aanvrager was. Het parket te Amsterdam deed meerdere pogingen om contact met de aanvrager te krijgen, maar deze pogingen bleven zonder resultaat.
Vanwege het gebrek aan medewerking van de aanvrager kon zijn stelling niet worden getoetst. De Hoge Raad concludeerde daarom dat de aanvraag tot herziening ongegrond was en wees deze af.
Uitkomst: De Hoge Raad wijst de aanvraag tot herziening af wegens onvoldoende medewerking van de aanvrager aan het onderzoek.