ECLI:NL:PHR:2003:AF7313
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt uitlevering ondanks betwisting bewijsrechtmatigheid en rechtsmacht Italië
De zaak betreft het beroep in cassatie tegen een uitspraak van de Rechtbank te 's-Gravenhage die de uitlevering van de opgeëiste persoon aan Italië toelaatbaar heeft verklaard. De verdediging voerde onder meer aan dat het bewijs onrechtmatig was verkregen door het ontbreken van een wettelijke grondslag voor telefoontaps in Nederland en dat Italië geen rechtsmacht zou hebben omdat de feiten zich deels in Nederland zouden hebben voorgedaan.
De Rechtbank oordeelde dat de Nederlandse uitleveringsrechter in beginsel niet de rechtmatigheid van in Nederland of Italië verzameld bewijs hoeft te toetsen, uitgaande van het vertrouwen dat Italië het EVRM naleeft. Alleen bij een ernstig vermoeden van flagrante schending van rechten op grond van artikel 6 EVRM Pro zou de uitlevering kunnen worden geweigerd, maar daarvan was geen sprake. Ook het beroep op het ontbreken van rechtsmacht van Italië werd verworpen, omdat medeplegen ook zonder fysieke aanwezigheid in Italië strafbaar is en de Minister de weigeringsgrond kan toepassen.
De Hoge Raad bevestigt deze overwegingen en wijst alle middelen van cassatie af. De klacht dat de Rechtbank onvoldoende op de bewijsrechtmatigheid en rechtsmacht is ingegaan, faalt omdat de verdediging onvoldoende concreet feiten en omstandigheden aanvoerde die een ernstig vermoeden van schending of gebrek aan rechtsmacht opleveren. Ook het verweer over rechten van derden op inbeslaggenomen voorwerpen werd verworpen. De uitlevering en afgifte van voorwerpen aan Italië blijft daarmee in stand.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de toelaatbaarheid van de uitlevering aan Italië.