ECLI:NL:PHR:2003:AF7675
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling terugwerkende kracht bij wijziging gevolgen overeenkomst wegens dwaling
Deze zaak betreft een vervolg op een eerder arrest van de Hoge Raad uit 1997, waarin werd vastgesteld dat sprake was van wederzijdse dwaling omtrent de sanering van vervuilde grond. Partijen hadden een koopovereenkomst gesloten met een garantiebepaling voor sanering volgens alternatief B, waarvan later bleek dat deze niet haalbaar was. Het geschil spitste zich toe op de vraag of de wijziging van de gevolgen van de overeenkomst op grond van artikel 6:230 lid 2 BW Pro terugwerkende kracht moet hebben.
De rechtbank had in 2000 de gevolgen van de overeenkomst aangepast en het hof had dit in 2001 bekrachtigd, waarbij het hof expliciet terugwerkende kracht had afgewezen. De Hoge Raad heeft in dit arrest het cassatieberoep van eiseres verworpen en bevestigd dat artikel 6:230 BW Pro een correctiemechanisme is dat de rechter de bevoegdheid geeft om de gevolgen van een overeenkomst te wijzigen in plaats van te vernietigen, maar dat dit niet automatisch inhoudt dat die wijziging terugwerkende kracht heeft.
De Hoge Raad heeft uitgebreid stilgestaan bij de parlementaire geschiedenis van artikel 6:230 BW Pro en de samenhang met de artikelen 3:54 en 6:258 BW. Uit die geschiedenis blijkt dat terugwerkende kracht bij wijziging of ontbinding van overeenkomsten mogelijk is, maar niet als hoofdregel geldt. De rechter heeft de vrijheid om te bepalen of de wijziging ex nunc of ex tunc werkt, mede gelet op belangen van derden en het verwachtingspatroon van partijen. In casu was het oordeel van het hof dat de wijziging geen terugwerkende kracht heeft, niet onbegrijpelijk of onjuist. Het beroep van eiseres is daarom verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep van eiseres is verworpen; de wijziging van de overeenkomst heeft geen terugwerkende kracht.