ECLI:NL:PHR:2002:AD7321
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Wijziging koopovereenkomst wegens wederzijdse dwaling door bodemverontreiniging bedrijfspand
In deze zaak gaat het om een koopovereenkomst van een bedrijfspand met bodemverontreiniging die bij het sluiten van de overeenkomst niet bekend was. De koper stelt dat de verkoper tekort is geschoten door het leveren van een vervuilde grond en vordert schadevergoeding of vernietiging van de koopovereenkomst. Het hof oordeelde dat er sprake is van wederzijdse dwaling en heeft de koopprijs gehalveerd om de nadelige gevolgen van de bodemverontreiniging tussen partijen te verdelen.
De Hoge Raad bespreekt de toepasselijkheid van art. 6:230 lid 2 BW Pro, die de rechter bevoegdheid geeft de gevolgen van een overeenkomst te wijzigen bij wederzijdse dwaling. De Raad benadrukt dat de rechter bij wijziging moet streven naar een nieuw evenwicht tussen partijen, rekening houdend met alle omstandigheden, en dat de wijziging nauwkeurig en controleerbaar moet worden gemotiveerd.
De Raad wijst erop dat het nadeel niet volledig voor rekening van één partij mag komen, maar ook niet onredelijk ten koste van de ander mag gaan. De koopprijsverlaging moet in redelijkheid en billijkheid worden vastgesteld, waarbij ook het voordeel dat de koper uit het pand heeft gehaald kan worden betrokken. De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en verwijst de zaak voor verdere behandeling terug naar het hof Den Bosch, waarbij de proceskosten aan de eiser worden opgelegd.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest en verwijst de zaak voor verdere behandeling naar het hof Den Bosch.