ECLI:NL:PHR:2003:AF7872
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over schadeloosstelling bij onteigening woning met zwembad en tennisbaan
De zaak betreft de onteigening van een perceelsgedeelte met een landhuis, zwembad en tennisbaan, eigendom van verweerster sub 1. De Staat bood een schadeloosstelling en een bedrag voor het overblijvende perceeldeel (overhoek), maar verweerster verwierp het aanbod. De Rechtbank stelde een schadeloosstelling vast op basis van deskundigenrapporten, waarbij het woongenot en de waarde van het zwembad en de tennisbaan centraal stonden.
De Staat stelde in cassatie dat de Rechtbank ten onrechte geen korting toepaste op de schadeloosstelling vanwege het wegvallen van snelwegoverlast bij de vervangende woning, dat de vergoeding voor het zwembad te hoog was, dat de waarde van de overhoek niet zonder meer in de schadeloosstelling mocht worden opgenomen en dat de tussenkomst van ASR Bank niet-ontvankelijk was vanwege een onbevoegde procureur.
De Hoge Raad oordeelde dat de Rechtbank terecht was uitgegaan van een objectieve maatstaf voor het woongenot en dat het voordeel van het wegvallen van snelwegoverlast niet tot een korting op de schadeloosstelling leidde. De vergoeding voor het gemis van het zwembad was gebaseerd op een fictieve waardestijging en niet op daadwerkelijke investeringskosten, wat passend was. De waarde van de overhoek moest echter buiten de schadeloosstelling blijven en de Staat moest zijn koopaanbod voor dat perceelsdeel gestand doen. De onbevoegde procureur van ASR Bank leidde niet tot niet-ontvankelijkheid omdat geen procesbelang werd geschaad.
De Hoge Raad adviseerde het vonnis van de Rechtbank te vernietigen en zelf te voorzien in vermindering van de schadeloosstelling met het bedrag van de overhoek, met behoud van het koopaanbod door de Staat en overdracht van het perceelsdeel.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het vonnis en vermindert de schadeloosstelling met f 100.000, waarbij de Staat zijn koopaanbod voor de overhoek gestand moet doen.