ECLI:NL:PHR:2003:AF8528
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid cassatieberoep wegens dubbele schriftelijke volmacht bij openlijke geweldpleging tegen goederen
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch waarin verzoekster is veroordeeld voor openlijke geweldpleging tegen goederen door het bekrassen van geparkeerde auto's.
Het hof had de vorderingen van zestien benadeelde partijen toegewezen en vier niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan rechtstreekse schade. Verzoekster stelde in hoger beroep dat de benadeelde partijen niet-ontvankelijk moesten worden verklaard omdat de beschadigde auto's niet waren gespecificeerd in de tenlastelegging.
De Hoge Raad oordeelt dat art. 361 Sv Pro niet vereist dat elk beschadigd goed specifiek wordt aangeduid; het bewezen verklaarde feit moet de schade hebben veroorzaakt en de benadeelde partij moet getroffen zijn in een belang dat door de strafbepaling wordt beschermd. Verder stelt de Hoge Raad dat art. 141 Sr Pro mede de belangen van individuele rechtsgoederen beschermt.
Het cassatieberoep wordt echter niet-ontvankelijk verklaard omdat verzoekster haar vader schriftelijk had gemachtigd om cassatie in te stellen, terwijl de vader een ambtenaar van de griffie schriftelijk had gemachtigd, wat leidt tot een dubbele schriftelijke volmacht die niet voldoet aan de vereisten. De Hoge Raad behandelt de middelen inhoudelijk, maar deze leiden niet tot cassatie.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens onjuiste volmachtverlening; het arrest van het hof wordt bevestigd.