ECLI:NL:PHR:2003:AF8531
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over tariefindeling en bindende tariefinlichtingen bij invoer van terminal trekkers
De zaak betreft de tariefindeling van acht Magnum ET120 Terminal Tractors ingevoerd door X B.V. De douane had deze goederen ingedeeld onder post 8701 20 10 (tractors), terwijl belanghebbende meende dat zij onder post 8709 19 90 (transportwagens) moesten vallen. Het Hof bevestigde de indeling onder 8701 20 10 en wees het beroep van belanghebbende af.
Belanghebbende voerde in cassatie aan dat zij op grond van een door de Finse autoriteiten afgegeven bindende tariefinlichting (BTI) mocht vertrouwen, ook al was zij niet rechthebbende van die BTI. De Hoge Raad analyseerde uitgebreid de juridische status van BTI's, hun bindende werking binnen de EU, en de vraag of derden op een BTI kunnen vertrouwen. Daarbij werd ook het communautaire vertrouwensbeginsel en het gelijkheidsbeginsel besproken.
De Hoge Raad concludeert dat een BTI bindend is voor alle lidstaten, maar dat alleen de rechthebbende in beginsel een beroep kan doen op een BTI. Derden kunnen slechts onder strikte voorwaarden op het vertrouwensbeginsel een beroep doen. De Hoge Raad acht het noodzakelijk prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie van de EU te stellen om de uniforme uitleg van het Gemeenschapsrecht te waarborgen, met name over de werking van BTI's en de gevolgen van ongelijke behandeling door verschillende lidstaten.
De Hoge Raad wijst erop dat het systeem van zelfreinigende mechanismen binnen het BTI-regime niet altijd adequaat is en dat langdurige ongelijke situaties de interne markt kunnen verstoren. Daarom acht de Hoge Raad prejudiciële toetsing essentieel voordat tot inhoudelijke beoordeling van de middelen kan worden overgegaan.
De zaak wordt geschorst en de Hoge Raad overweegt een aantal prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie voor te leggen over de uitleg van het Gemeenschapsrecht met betrekking tot BTI's, gelijkheidsbeginsel en rechtszekerheid.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de tariefindeling onder post 8701 20 10 en schorst de zaak voor prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie over de werking van bindende tariefinlichtingen en het vertrouwensbeginsel.