ECLI:NL:PHR:2003:AF8776
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid klager in beklagprocedure na aanvaarding transactie met afstand van inbeslaggenomen camera
Klager werd op 18 augustus 2002 aangehouden wegens het stiekem fotograferen van blote kinderen en daarbij werd een digitale camera in beslag genomen. De camera werd in beslag genomen op grond van art. 94 Sv Pro. Klager ontving een kennisgeving van inbeslagneming, maar tekende geen afstandsverklaring.
Op 19 augustus 2002 werd klager een transactie aangeboden van €30,-, waarbij hij akkoord ging en betaalde. Hierbij werd de camera niet terugggegeven, maar bleef het beslag gehandhaafd. Volgens art. 74 Sr Pro kan de officier van justitie voorwaarden stellen om strafvervolging te voorkomen, waaronder afstand van inbeslaggenomen voorwerpen.
De rechtbank verklaarde het beklag van klager ongegrond, maar achtte hem wel ontvankelijk. De Hoge Raad oordeelt dat door aanvaarding van de transactie en betaling van het bedrag klager geacht moet worden afstand te hebben gedaan van de camera. Hierdoor is hij niet langer belanghebbende en moet hij niet-ontvankelijk worden verklaard in zijn beklag. De Hoge Raad vernietigt daarom de bestreden beschikking en verklaart klager niet-ontvankelijk.
Uitkomst: Klager is niet-ontvankelijk verklaard in zijn beklag omdat hij door aanvaarding van de transactie afstand heeft gedaan van de inbeslaggenomen camera.