ECLI:NL:PHR:2003:AF9460
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt niet-ontvankelijkheid hoger beroep rechtspersoon wegens termijnoverschrijding dagvaarding
In deze zaak stond het beroep in cassatie centraal tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem dat een rechtspersoon niet-ontvankelijk verklaarde in het hoger beroep tegen een vonnis van de economische politierechter. De dagvaarding was uitgereikt aan een natuurlijke persoon die bestuurder was van een vennootschap die op haar beurt de rechtspersoon bestuurt, waardoor de betekening als in persoon werd beschouwd.
De Hoge Raad onderzocht of de dagvaarding rechtsgeldig was betekend en of het hof een juiste rechtsopvatting had toegepast bij de uitleg van het begrip 'bestuurder' in artikel 529 Sv Pro. Het hof had geoordeeld dat betekening aan een natuurlijke persoon die via tussenliggende rechtspersonen de verdachte bestuurt, voldoende is voor een geldige betekening.
De Hoge Raad bevestigde deze uitleg en verwierp het cassatiemiddel dat stelde dat de betekening onjuist was omdat de dagvaarding aan een werknemer en niet aan een bestuurder was uitgereikt. De Hoge Raad vond dat het hoger beroep niet-ontvankelijk moest worden verklaard omdat het niet binnen de wettelijke termijn was ingesteld. Daarmee werd het arrest van het hof bekrachtigd.
Uitkomst: Het hoger beroep van de rechtspersoon werd niet-ontvankelijk verklaard wegens termijnoverschrijding ondanks geldige betekening.