ECLI:NL:HR:2003:AF9460
Hoge Raad
- Cassatie
- W.J.M. Davids
- J.P. Balkema
- W.A.M. van Schendel
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep wegens te late indiening na verstekvonnis economische politierechter
In deze strafzaak heeft het Gerechtshof Arnhem de verdachte niet-ontvankelijk verklaard in haar hoger beroep omdat het hoger beroep niet binnen de wettelijke termijn was ingesteld. De dagvaarding was aan een bestuurder van een van de rechtspersonen die de directie van de verdachte vormen uitgereikt, waardoor deze betekening als persoonlijk aan de verdachte werd beschouwd.
De verdachte was bij verstek veroordeeld door de economische politierechter wegens overtreding van een voorschrift uit de Wet goederenvervoer over de weg, met een geldboete en een voorwaardelijke stillegging van de onderneming. Het hoger beroep werd pas na de wettelijke termijn ingesteld, waardoor het hof het beroep niet ontvankelijk verklaarde.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof terecht heeft vastgesteld dat de betekening van de dagvaarding aan de natuurlijke persoon die feitelijk als bestuurder van de verdachte optreedt, geldt als betekening aan de verdachte zelf. De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde daarmee de niet-ontvankelijkheid van het hoger beroep.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde de niet-ontvankelijkheid van het hoger beroep wegens te late indiening.