ECLI:NL:PHR:2003:AF9463

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
20 mei 2003
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
02249/02 B
Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 515 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid in hoger beroep tegen afwijzing wrakingsverzoek

Verzoekster had bij de Arrondissementsrechtbank te Rotterdam een wrakingsverzoek ingediend dat op 14 december 2001 werd afgewezen. Vervolgens stelde zij hoger beroep in bij het Gerechtshof te 's-Gravenhage. Dit hof verklaarde haar echter niet-ontvankelijk in het hoger beroep tegen de beschikking van de rechtbank.

Namens verzoekster diende een advocaat een cassatieschrift in met middelen van cassatie tegen deze beslissing. De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad bracht daarop een conclusie uit waarin werd gewezen op het wettelijke verbod op rechtsmiddelen tegen beslissingen op wrakingsverzoeken, zoals bepaald in artikel 515, vijfde lid, van het Wetboek van Strafvordering.

De Hoge Raad bevestigde dit standpunt en verklaarde verzoekster niet-ontvankelijk in haar beroep, waarmee het hoger beroep werd afgesloten zonder inhoudelijke behandeling van de wrakingskwestie.

Uitkomst: Verzoekster wordt niet-ontvankelijk verklaard in haar hoger beroep tegen de afwijzing van het wrakingsverzoek.

Conclusie

Nr. 02249/02 B
Zitting: 20 mei 2003
Mr. Vellinga
Conclusie inzake:
[klaagster]
1. Het Gerechtshof te 's-Gravenhage heeft verzoekster niet-ontvankelijk verklaard in haar hoger beroep tegen een beschikking van de Arrondissementsrechtbank te Rotterdam van 14 december 2001, waarbij een wrakingsverzoek is afgewezen.
2. Namens verzoekster heeft mr. W.H. van Zundert, advocaat te Rotterdam, een cassatieschriftuur houdende middelen van cassatie ingediend.
3. Ingevolge artikel 515, vijfde lid, Sv staat tegen een beslissing naar aanleiding van een wrakingsverzoek geen rechtsmiddel open. Verzoekster kan daarom niet in het beroep worden ontvangen.
4. Deze conclusie strekt ertoe dat verzoekster niet-ontvankelijk zal worden verklaard in het beroep.
De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden