ECLI:NL:HR:2003:AF9463

Hoge Raad

Datum uitspraak
8 juli 2003
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
02249/02 B
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Beschikking
Rechters
  • W.J.M. Davids
  • G.J.M. Corstens
  • A.J.A. van Dorst
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 515 SvArt. 512 Sv
Verwijzingen
4 uitgaand · 4 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid cassatieberoep tegen wrakingsbeslissing hof

In deze zaak heeft de klaagster hoger beroep ingesteld tegen een beschikking van de Arrondissementsrechtbank Rotterdam waarin een wrakingsverzoek was afgewezen. Het Gerechtshof te 's-Gravenhage heeft de klaagster niet-ontvankelijk verklaard in dat hoger beroep. Vervolgens heeft de klaagster cassatieberoep ingesteld bij de Hoge Raad.

De Hoge Raad heeft overwogen dat op grond van artikel 515, vijfde lid, van het Wetboek van Strafvordering tegen een beslissing op een wrakingsverzoek geen rechtsmiddel openstaat. Dit betekent dat het cassatieberoep tegen de beschikking van het hof niet-ontvankelijk is. De conclusie van de Advocaat-Generaal tot niet-ontvankelijkheid werd gevolgd.

De Hoge Raad heeft het cassatieberoep dan ook niet-ontvankelijk verklaard. Deze beslissing werd genomen door de vice-president en twee raadsheren in raadkamer en uitgesproken ter openbare terechtzitting op 8 juli 2003.

Uitkomst: Het cassatieberoep is niet-ontvankelijk verklaard omdat tegen een wrakingsbeslissing geen rechtsmiddel openstaat.

Uitspraak

8 juli 2003
Strafkamer
nr. 02249/02 B
SM
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
op het beroep in cassatie tegen een beschikking van het Gerechtshof te 's-Gravenhage van 7 februari 2002, nummer 10/091107-01, op een wrakingsverzoek, op grond van artikel 512 van Pro het Wetboek van Strafvordering, ingediend door:
[klaagster], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1960, wonende te
[woonplaats].
1. De bestreden beschikking
Het Hof heeft de klaagster niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep tegen de beschikking van de Arrondissementsrechtbank te Rotterdam van 14 december 2001.
2. Geding in cassatie
2.1. Het beroep is ingesteld door de klaagster. Namens deze heeft mr. W.H. van Zundert, advocaat te Rotterdam, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal Vellinga heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijk verklaring van het beroep.
2.2. De Hoge Raad heeft kennisgenomen van het schriftelijk commentaar van de raadsman op de conclusie van de Advocaat-Generaal.
3. Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
Ingevolge art. 515, vijfde lid, Sv staat tegen een beslissing op een verzoek tot wraking geen rechtsmiddel open, zodat het cassatieberoep niet-ontvankelijk is.
4. Beslissing
De Hoge Raad verklaart de klaagster niet-ontvankelijk in het cassatieberoep.
Deze beschikking is gegeven door de vice-president W.J.M. Davids als voorzitter, en de raadsheren G.J.M. Corstens en A.J.A. van Dorst, in bijzijn van de waarnemend-griffier L.J.J. Okker-Braber, in raadkamer en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
8 juli 2003.