ECLI:NL:PHR:2003:AF9710
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt gedeeltelijke nietigheid Europees octrooi voor specifieke antilichamen tegen carcino-embryonaal antigeen
In deze zaak staat de geldigheid van een Europees octrooi centraal, dat betrekking heeft op specifieke monoclonale antilichamen tegen carcino-embryonaal antigeen (CEA) en de bijbehorende immunoassay-methoden. De octrooihouders, [verweerders], hebben een octrooi dat door Roche Nederland B.V. en F. Hoffmann-La Roche A.G. werd bestreden wegens vermeende schending van nieuwheid en inventiviteit.
De rechtbank wees de nietigverklaring af, maar het gerechtshof verklaarde het octrooi gedeeltelijk nietig en nam een beperkende clausule op in de octrooiconclusie om het octrooi af te bakenen ten opzichte van het oudere Wistar-octrooi. De Hoge Raad bevestigt dit oordeel en overweegt dat de toevoeging van de clausule "the binding of the antibody to CEA being completely inhibited by polyclonal goat anti-CEA antiserum" voldoende duidelijkheid verschaft voor de gemiddelde vakman en het octrooi binnen de geldige grenzen houdt.
De Hoge Raad behandelt uitgebreid de technische en juridische aspecten van nieuwheid en inventiviteit, waaronder de betekenis van molecuulgewicht in de octrooiconclusies, de aard van de antilichamen, en de mate van zuiverheid van het Meconium antigeen. Ook wordt het onderscheid tussen het octrooi van [verweerders] en het Wistar-octrooi besproken, waarbij wordt geoordeeld dat het octrooi van [verweerders] niet voldoende is afgebakend zonder de clausule.
De Hoge Raad verwerpt de cassatieberoepen van beide partijen en bevestigt de gedeeltelijke nietigheid van het octrooi met de beperkende clausule, waarmee het octrooi geldig blijft binnen die engere grenzen. Tevens wordt de proceskostenveroordeling gehandhaafd.
Uitkomst: Het Europees octrooi wordt gedeeltelijk nietig verklaard met een beperkende clausule, waarmee het octrooi geldig blijft binnen die engere grenzen.