ECLI:NL:PHR:2003:AF9712
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling schadevergoeding bij niet-nakoming herstelverplichting huurder na langdurige huur
In deze zaak gaat het om een langdurige huurovereenkomst tussen de Staat der Nederlanden en B.V. Maatschappij De Nieuwe Woning betreffende twee flatgebouwen in Den Haag. Na beëindiging van de huur in 1990 stelde Nieuwe Woning herstelkosten vast voor veranderingen en beschadigingen aan het gehuurde. De Staat voerde aan dat deze herstelkosten niet tot daadwerkelijke schade leidden omdat de flats later ingrijpend werden gerenoveerd.
De Hoge Raad bespreekt uitgebreid het leerstuk van abstracte schadeberekening, waarbij schade wordt vastgesteld op basis van herstelkosten zonder dat daadwerkelijk herstel heeft plaatsgevonden. De Raad benadrukt dat abstracte schadeberekening slechts uitzonderlijk gerechtvaardigd is, vooral als herstel niet mogelijk of zinvol is, of als het herstel door andere maatregelen wordt achterhaald.
De Hoge Raad bevestigt dat bij huurobjecten vaak sprake is van een 'nieuw voor oud'-effect, waardoor herstelkosten niet automatisch de werkelijke schade weerspiegelen. Daarom is een concrete benadering van schade meestal meer passend. Ook wordt het bewijsvermoeden van art. 7A:1599 BW besproken, waarbij de huurder geacht wordt het gehuurde zonder gebreken te hebben ontvangen, tenzij anders bewezen.
Uiteindelijk wordt het cassatieberoep van Nieuwe Woning verworpen, waarbij de Hoge Raad het oordeel van het Hof bevestigt dat de schadevordering niet toewijsbaar is gezien de omstandigheden en de aard van de schade.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de schadevordering van Nieuwe Woning wordt afgewezen.