ECLI:NL:PHR:2003:AG0170
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt vaststelling kinderalimentatie ondanks betwisting draagkracht vader
Partijen waren gehuwd en hebben een minderjarige dochter. Na echtscheiding vroeg de moeder een bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van de dochter van ƒ 300,- per maand. De vader betwistte dit bedrag vanwege werkloosheid en financiële problemen, maar leverde onvoldoende bewijs van zijn draagkracht.
Het hof bevestigde de alimentatieverplichting en oordeelde dat de vader onvoldoende inzicht gaf in zijn financiële situatie. Ondanks verzoeken tot uitstel en het ontbreken van de vader en zijn advocaat bij de mondelinge behandeling, mocht het hof de zaak behandelen omdat partijen behoorlijk waren opgeroepen.
De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep, oordeelde dat het hof niet onbegrijpelijk handelde door het bewijs van de vader niet voldoende te achten en bevestigde dat het hof geen rechterlijk vermoeden hoefde aan te nemen over de draagkracht van de vader. Ook werden klachten over procesverloop en vermelding van advocatennamen ongegrond verklaard.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde de vaststelling van kinderalimentatie op ƒ 300,- per maand.