ECLI:NL:PHR:2003:AG3596
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Toestemming overdracht afgeluisterde telefoongesprekken aan Britse autoriteiten in corruptieonderzoek
De Rechtbank te Breda heeft op verzoek van de Officier van Justitie verlof verleend om kopieën van gegevensdragers met afgeluisterde telefoongesprekken van de veroordeelde ter beschikking te stellen aan de Britse politie. Dit verzoek is gericht op een strafrechtelijk onderzoek in Groot-Brittannië naar vermeende corruptie door Britse opsporingsambtenaren.
De verdediging voerde aan dat niet duidelijk was welke van de circa 6.000 gesprekken zouden worden overgedragen en dat dit de privacy en veiligheid van de veroordeelde zou schenden. De rechtbank oordeelde echter dat het verzoek voldoende was gespecificeerd en dat het belang van het onderzoek zwaarder woog dan de privacybelangen, mede omdat het gebruik van de gesprekken beperkt zou blijven tot het Britse onderzoek.
Verder werd een verzoek tot behandeling met gesloten deuren ingewilligd vanwege bescherming van de persoonlijke levenssfeer, waarbij de aanwezigheid van parketpolitie in de zittingszaal werd toegestaan vanwege beveiligingsredenen. Het beroep in cassatie tegen deze beslissingen werd verworpen door de Hoge Raad, die oordeelde dat de rechtbank juist had gehandeld en dat de middelen niet tot cassatie konden leiden.
Uitkomst: Het beroep in cassatie tegen de toestemming voor overdracht van afgeluisterde telefoongesprekken aan Britse autoriteiten werd verworpen.