ECLI:NL:PHR:2003:AI0023
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vernietiging arrest poging tot moord wegens onvoldoende motivering bewijsuitsluiting
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage waarin verdachte werd veroordeeld tot acht jaar gevangenisstraf wegens poging tot moord. Verdachte ontkende betrokkenheid bij de schietpartij waarbij het slachtoffer werd geraakt. Twee getuigen wezen verdachte aan als dader, maar een anonieme informant verklaarde dat een ander de schutter was.
Het hof wees het verzoek tot het horen van deze informant af, omdat het dit niet noodzakelijk achtte voor de beslissing. De advocaat-generaal vorderde vrijspraak zonder nadere motivering. De Hoge Raad oordeelt dat het hof onvoldoende heeft gemotiveerd waarom het horen van de informant niet noodzakelijk was, vooral gezien de ontlastende verklaring en het belang van nader onderzoek naar de betrouwbaarheid van getuigenverklaringen.
De Hoge Raad acht het middel gegrond en vernietigt het arrest. Indien het verzoek tot horen van de informant toch niet noodzakelijk zou zijn, is het oordeel van het hof over de geloofwaardigheid van de getuigen niet onbegrijpelijk. De zaak wordt verwezen naar een ander gerechtshof voor hernieuwde behandeling van het hoger beroep.
Uitkomst: Het arrest van het hof is vernietigd en de zaak is verwezen naar een ander gerechtshof voor hernieuwde behandeling.