ECLI:NL:HR:2003:AI0023

Hoge Raad

Datum uitspraak
16 september 2003
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
00318/03
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Cassatie
Rechters
  • C.J.G. Bleichrodt
  • A.J.A. van Dorst
  • B.C. de Savornin Lohman
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 315 SvArt. 328 SvArt. 415 Sv
Verwijzingen
6 uitgaand · 5 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad vernietigt arrest poging tot moord wegens onvoldoende motivering bewijsverhoor

In deze strafzaak was de verdachte in hoger beroep door het Gerechtshof te 's-Gravenhage veroordeeld tot acht jaar gevangenisstraf wegens poging tot moord. De verdachte had verzocht een informant van de Regionale Criminele Inlichtingen Eenheid (CIE) te horen, die ontlastende verklaringen had afgelegd. Dit verzoek werd door het hof afgewezen met de motivering dat het horen van de informant niet noodzakelijk was.

De Hoge Raad oordeelde dat het hof de juiste wettelijke maatstaf had toegepast, namelijk de noodzaak van het verhoor volgens de artikelen 315 en 415 Wetboek van Strafvordering. Echter ontbrak het aan een voldoende gemotiveerde beslissing over het afwijzen van het verzoek, temeer daar het hof niet had onderzocht of nader onderzoek op een andere wijze mogelijk was.

De Hoge Raad vernietigde daarom het arrest en verwees de zaak naar het Gerechtshof te Amsterdam voor een hernieuwde berechting in het bestaande hoger beroep. Het oordeel van het hof was onvoldoende begrijpelijk en niet houdbaar zonder nadere motivering omtrent het bewijsverhoor van de informant.

Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest en verwijst de zaak terug naar het Gerechtshof voor hernieuwde berechting.

Uitspraak

16 september 2003
Strafkamer
nr. 00318/03
EW/ABG
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage van 4 oktober 2002, nummer 22/000093-02, in de strafzaak tegen:
[verdachte], geboren op [geboorteplaats] (Nederlandse Antillen) op [geboortedatum] 1970, wonende te [woonplaats], ten tijde van betekening van de aanzegging gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting "Zoetermeer" te Zoetermeer.
1. De bestreden uitspraak
Het Hof heeft in hoger beroep - met vernietiging van een vonnis van de Arrondissementsrechtbank te 's-Gravenhage van 21 november 2001 - de verdachte ter zake van "poging tot moord" veroordeeld tot acht jaar gevangenisstraf.
2. Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben mr. G.P. Hamer en mr. A.M. Ficq-Kengen, beiden advocaat te Amsterdam, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De plaatsvervangend Procureur-Generaal Fokkens heeft geconcludeerd dat de Hoge Raad de bestreden uitspraak zal vernietigen en de zaak zal verwijzen naar een aangrenzend gerechtshof, opdat de zaak op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan.
3. Beoordeling van het eerste middel
3.1. Het middel bevat de klacht dat 's Hofs afwijzing van het verzoek tot het horen van een getuige onbegrijpelijk is, althans onvoldoende met redenen is omkleed.
3.2. Het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep van 13 september 2002 houdt, voorzover voor de beoordeling van het middel van belang, het volgende in:
"De raadsman doet (...) het verzoek de informant van de CIE op te roepen, nu deze ontlastend heeft verklaard ten aanzien van de verdachte.
(...)
Na beraadslaging en hervatting van het onderzoek deelt de voorzitter (...) mede dat het verzoek tot het horen van de CIE informant zal worden afgewezen, nu het hof het horen van deze informant niet noodzakelijk acht voor enige in deze zaak te nemen beslissing."
3.3. Bij de stukken bevindt zich een ambtsedig proces-verbaal, opgemaakt door J.B. Teunissen, inspecteur van politie Haaglanden, operationeel chef van de Regionale Criminele Inlichtingen Eenheid van 6 juni 2001. Dit proces-verbaal houdt als relaas van de verbalisant onder meer het volgende in:
"De navolgende informatie is uit informantenbron(nen) voortgekomen.
(...)
3. De Antilliaan met de roepnaam [betrokkene 1], die [slachtoffer] heeft doodgeschoten, werd buiten de Bar "Cristal" neergeschoten door de broer van [slachtoffer], genaamd [betrokkene 2].
Omtrent de betrouwbaarheid van de informatie verklaar ik dat de informatie kan worden herleid op eigen waarnemingen of bevindingen van de bron(nen).
(...)
Voornoemde informatie onder punt (...) 3 is gekwalificeerd als:
- waarschijnlijk juist en bevestigd.
Inzake de betrouwbaarheid van de informant (en) verklaar ik dat deze ten aanzien van de informatieverstrekking door mij als betrouwbaar wordt (worden) aangemerkt. Dit oordeel is in het bijzonder gegrond op gebleken betrouwbaarheid van in eerdere gevallen verstrekte informatie."
3.4. Het door de raadsman gedane verzoek is een verzoek als bedoeld in art. 328 Sv Pro. Maatstaf bij de beoordeling van een dergelijk verzoek is ingevolge art. 315, eerste lid, Sv in verbinding met art. 415 Sv Pro of van de noodzaak van het verzochte is gebleken.
3.5. Het Hof heeft dus de juiste maatstaf toegepast. Zijn oordeel is echter in het licht van (a) hetgeen door en namens de verdachte, die het tenlastegelegde feit ontkent, is aangevoerd en (b) de inhoud van het hiervoor onder 3.3 vermelde proces-verbaal zonder nadere motivering, die ontbreekt, niet zonder meer begrijpelijk. Daarbij verdient opmerking dat niet blijkt dat het Hof de mogelijkheid onder ogen heeft gezien om op een andere wijze dan door het horen van de informant ter terechtzitting nader onderzoek te (doen) verrichten met betrekking tot diens in voormeld proces-verbaal samengevatte verklaring.
3.6. Het middel is derhalve terecht voorgesteld.
4. Slotsom
Het vorenoverwogene brengt mee dat de bestreden uitspraak niet in stand kan blijven, het tweede middel geen bespreking behoeft en als volgt moet worden beslist.
5. Beslissing
De Hoge Raad:
Vernietigt de bestreden uitspraak;
Verwijst de zaak naar het Gerechtshof te Amsterdam opdat de zaak op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan.
Dit arrest is gewezen door de vice-president C.J.G. Bleichrodt als voorzitter, en de raadsheren A.J.A. van Dorst en B.C. de Savornin Lohman, in bijzijn van de waarnemend-griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken op 16 september 2003.