ECLI:NL:PHR:2003:AI0051
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt geen verzwaring strafrechtelijke positie bij omzetting Belgische internering in Nederlandse TBS
De zaak betreft het verzoek van het Koninkrijk België tot overname van de tenuitvoerlegging van een rechterlijke beslissing tegen een veroordeelde die in België was geïnterneerd wegens doodslag en geestesstoornis. De rechtbank Maastricht had de omzetting van de Belgische interneringsmaatregel in Nederlandse TBS met dwangverpleging toegestaan.
De verdediging stelde dat deze omzetting een verzwaring van de strafrechtelijke positie van de veroordeelde betekende, omdat de Belgische wet de geïnterneerde de mogelijkheid biedt om elke zes maanden een verzoek tot vrijlating in te dienen, terwijl die mogelijkheid bij TBS niet bestaat. De rechtbank verwierp dit verweer, stellende dat het niet waarschijnlijk was dat de veroordeelde binnen afzienbare tijd in België vrij zou komen.
De Hoge Raad bevestigde dit oordeel en overwoog dat het onderzoek naar verzwaring van de strafrechtelijke positie niet altijd exact kan zijn vanwege onbekende toekomstige omstandigheden. Ook oordeelde de Hoge Raad dat het verweer onvoldoende responsieplichtig was om rekening te houden met het verschil in procedure na de eerste jaren van detentie. Het cassatiemiddel faalde en het beroep werd verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen; omzetting van Belgische internering in Nederlandse TBS leidt niet tot verzwaring van strafrechtelijke positie.