ECLI:NL:HR:2003:AI0051
Hoge Raad
- Cassatie
- C.J.G. Bleichrodt
- A.J.A. van Dorst
- J. De Hullu
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt geen verzwaring strafrechtelijke positie bij omzetting interneringsmaatregel in terbeschikkingstelling
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een uitspraak van de Rechtbank Maastricht over een verzoek van België tot overname van de tenuitvoerlegging van een rechterlijke beslissing tegen de veroordeelde. De Rechtbank had de omzetting van een interneringsmaatregel in een terbeschikkingstelling met dwangverpleging toegestaan.
De veroordeelde stelde dat deze omzetting een verzwaring van zijn strafrechtelijke positie betekende in strijd met artikel 11, eerste lid onder d, van het Verdrag inzake de overbrenging van gevonniste personen. De Rechtbank verwierp dit verweer, onder meer omdat de interneringsmaatregel in principe onbeperkt is en de terbeschikkingstelling een tijdsbeperkte maatregel betreft, en omdat de kans op vrijlating onder de interneringsmaatregel in de praktijk gering was.
De Hoge Raad bevestigde dat het beroep faalt, omdat de procesrechtelijke verschillen tussen de interneringsmaatregel en de terbeschikkingstelling niet leiden tot een verzwaring van de strafrechtelijke positie. De Hoge Raad oordeelde dat de Rechtbank terecht het verweer verwierp en het beroep in cassatie moet worden verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt dat de omzetting van de interneringsmaatregel in een terbeschikkingstelling geen verzwaring van de strafrechtelijke positie vormt.