ECLI:NL:PHR:2003:AI0827
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Ontbinding koopovereenkomst woonhuis wegens gebreken en ingebrekestelling
Eisers kochten een woonhuis dat in de advertentie een bouwjaar 1935 had, maar in werkelijkheid rond 1920 was gebouwd. Na aanvang van verbouwingswerkzaamheden ontdekten zij ernstige gebreken die het gebruik belemmerden. Zij ontbonden de koopovereenkomst buitengerechtelijk en stelden dat verkopers mededelingsplicht hadden geschonden.
De rechtbank wees de ontbinding af en kende de verkopers de contractuele boete toe. Het hof bekrachtigde dit oordeel, stellende dat eisers de verkopers niet eerst in gebreke hadden gesteld en dat zij derhalve niet in verzuim waren. Eisers stelden in cassatie dat het hof ten onrechte voorbijging aan hun betoog dat verzuim zonder ingebrekestelling was ingetreden op grond van mededelingen van de verkopers.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof onvoldoende had gemotiveerd waarom het betoog van eisers werd verworpen en dat het niet altijd nodig is een ingebrekestelling te sturen voordat verzuim intreedt, bijvoorbeeld wanneer uit mededelingen van de schuldenaar blijkt dat nakoming zal uitblijven. Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak verwezen voor hernieuwde behandeling.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde beoordeling van het verzuim zonder ingebrekestelling.