ECLI:NL:HR:2003:AI0827
Hoge Raad
- Cassatie
- P. Neleman
- J.B. Fleers
- O. de Savornin Lohman
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- P.C. Kop
- F.B. Bakels
- Rechtspraak.nl
Ontbinding koopovereenkomst woonhuis en vereiste ingebrekestelling bij verzuim
In deze zaak draaide het om de ontbinding van een koopovereenkomst van een woonhuis tussen eiser en verweerder. Eiser had de koopovereenkomst buitengerechtelijk ontbonden wegens ernstige gebreken aan het pand, zonder voorafgaande ingebrekestelling. Verweerder vorderde betaling van een contractuele boete wegens ontbinding.
De rechtbank wees de vordering van verweerder toe en wees de reconventionele vordering van eiser af. Het hof bekrachtigde dit oordeel en stelde dat eiser niet bevoegd was de overeenkomst te ontbinden omdat zij verweerder niet eerst in gebreke hadden gesteld. Het hof baseerde zich op artikel 7:23 BW Pro en oordeelde dat verzuim pas intreedt na ingebrekestelling, tenzij nakoming blijvend of tijdelijk onmogelijk is.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof ten onrechte voorbij is gegaan aan het standpunt van eiser dat verzuim ook zonder ingebrekestelling kan intreden, bijvoorbeeld wanneer uit mededelingen of gedragingen van de schuldenaar blijkt dat nakoming niet zal plaatsvinden. Het arrest van het hof werd vernietigd en de zaak verwezen naar een ander hof voor verdere behandeling.
De Hoge Raad benadrukte dat artikel 6:83 BW Pro geen limitatieve opsomming geeft van situaties waarin verzuim zonder ingebrekestelling intreedt en dat de redelijkheid en billijkheid hierbij een rol spelen. De uitspraak verduidelijkt de voorwaarden waaronder een overeenkomst kan worden ontbonden wegens tekortkoming in de nakoming.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak verwezen voor verdere behandeling; verweerders worden veroordeeld in de kosten van cassatie.